Zoals elk jaar maakt de UMA, de vereniging van Belgische mediabureaus (United Media Agencies) haar analyse bekend van de evolutie van de ruimtekosten in de media.
Deze analyse baseert zich op een zo volledig mogelijke typeselectie van reclamedragers of -blokken en onderzoekt voor elk medium de relatie de tussen de evolutie van de bruto tarieven - dus zonder de kortingen – met de evolutie van de kost per duizend contacten, berekend op de laatste bereikstudies van het CIM.
De evolutie wordt weergegeven over een periode van 5 jaar, dus in de tabellen hieronder van 2006 tot 2011.
In de vorige jaarlijkse analyses, stelden we vast dat de inflatie over de vijfjarige periodes veel sterker steeg dan de globale prijzen voor reclameruimte in de media. (respectievelijk +10,6% et +6,1%). In 2010 dacht men hierin een ommekeer te ontwaren: het stijgingspercentage van de mediakosten was dat jaar immers hoger dan de inflatie. (+3,1 vs +2,2).
De stijging kwam er voornamelijk onder druk van de kosten van televisie, maar ook door de continue stijging van de tarieven van de magazinepers.
We stelden tegelijkertijd ook vast dat over de hele periode de evolutie van de kost per duizend contacten - dus de globale verhouding tussen het bereik en het tarief – bijna volledig gelijkliep met de inflatie. (+10% en 5 ans).
De trend die we opmerkten in 2010 heeft zich nog in 2011 versterkt. Hierdoor overstijgt de groei over 5 jaar van de bruto ruimtekosten de economische inflatie, zowel in bruto waarde van de tarieven als in kost per duizend contacten.
Deze evolutie is, net zoals in 2010, voornamelijk te wijten aan de televisie, vooral in het Noorden van het land, en ook aan de magazinepers. Nochtans heeft deze laatste erover gewaakt dat er een zekere stabiliteit in de tarieven werd gerespecteerd ten aanzien van 2010.
Dit jaar duiken er enkele nieuwigheden op in onze analyses:
Waarschijnlijk niet.
Laten we niet vergeten dat het hier over de evolutie van de bruto tarieven en kosten handelt. De druk op de budgetten heeft in dezelfde periode de adverteerders en de mediabureaus genoopt tot steeds meer intensieve prijsonderhandelingen bij de verschillende actoren van de media. Over deze bedongen prijsafspraken bestaat er vanzelfsprekend geen officiële en openbare informatie, aangezien alle bilaterale transacties strikt confidentieel blijven.
| Médias | 2011 | 2010 |
| Affichage | 9 | 8 |
| Bioscoop | 1 | 1 |
| Magazines | 8 | 9 |
| Dagbladen | 22 | 23 |
| Radio | 13 | 12 |
| Televisie | 42 | 43 |
| Internet | 5 | 5 |